Column Karin Laglas: Knetterlinks

woensdag 30 mei 2018

Karin Laglas, voorzitter directieraad Ymere

“Een nieuwe lente, een nieuw geluid” gaf de nieuwe Amsterdamse coalitie hun akkoord als titel mee. Met daarbij de kwalificatie “knetterlinks”.

In Amsterdam staat de helft van onze woningen, dus is het voor ons en onze huurders nogal relevant hoe de stadsbestuurders tegen het wonen in de stad aankijken. Biedt dit akkoord inderdaad het goeie nieuws voor ons waarmee we onszelf vleugels kunnen geven om nog beter te zorgen voor een fijn thuis voor huishoudens die het financieel niet zo breed hebben? Laten we eens kijken. Is er reden om de vlag uit te steken?

Op een aantal punten zeker. Vanzelfsprekend is er aandacht voor meer bouwen. Zowel sociale huur als middeldure huur. Dat is mooi, want beide zijn nodig voor de stad.
Maar het zijn twee andere punten waar ik écht gelukkig van word.

Zo is er de ambitie om samen met corporaties op zoek te gaan naar een rechtvaardiger toewijzingssystematiek bij sociale huurwoningen “waarbij doorstroming wordt gestimuleerd en woonwensen van woningzoekenden beter aansluiten op de woning”. Dat is precies ook onze ambitie. Hopelijk kunnen we een vliegende start maken zodat we zo snel mogelijk afscheid kunnen nemen van de wachtrij of urgentie als enig toewijzingsmechanisme voor onze woningen.

Maar nog belangrijker, de coalitie wil “onderzoeken hoe de huur en de soort woning kunnen meebewegen met de inkomens- en gezinssituatie”. Dat is echt goed nieuws. Op naar een betere benutting van de voorraad!

Uit onderzoek blijkt dat er nogal wat huishoudens te krap of te ruim wonen in hun sociale huurwoning. Bijvoorbeeld een gezin in een woning die eigenlijk alleen past bij een alleenstaande. Of ouderen waarvan de kinderen allang de deur uit zijn maar die nog steeds wonen in een ruime vierkamerwoning. Ook weten we dat een deel van de bewoners van een sociale huurwoning te duur woont voor hun inkomen. Gelukkig hebben passend toewijzen en het woonlastenakkoord al fors geholpen om dat omlaag te brengen. Daarnaast woont een deel van de huishoudens goedkoper dan bij hun inkomen past. In Amsterdam betreft dat zo’n 15 tot 28 procent van de sociale huurwoningen, afhankelijk van hoe je meet. We hebben het dan over zo’n 25.000 tot 47.000 woningen!

Is dat erg? Ik zeg: ‘ja’. Immers, sociale huurwoningen zijn juist bedoeld voor huishoudens met een bescheiden inkomen. Om die reden is de huurprijs van sociale huurwoningen fors lager dan de huur die bij de kwaliteit van de woning hoort. We verlenen dus een soort van “korting” op de eigenlijke huurprijs van de woning. Voor huishoudens met een laag inkomen is dat volledig terecht. Het is immers onze maatschappelijke wens om ook hen een plek te bieden in de stad. Maar zodra een huishouden een hoger inkomen heeft en wel een hogere huur kan betalen is die “korting” niet langer logisch. Er zijn in Amsterdam dus eigenlijk 15 tot 28 procent bewoners met een middeninkomen of hoger die in een sociale huurwoning wonen met een verlaagde huurprijs die niet voor hen bedoeld is.

Die houden we even vast. Want tegelijk is de helft van onze sociale woningen in de stad eigenlijk een middeldure huurwoning als je kijkt naar de huur die kwalitatief gezien bij de woning hoort. Enig rekenwerk levert dan op dat als je voor de bewoners die het kunnen betalen de huur aanpast naar een huur die bij de woning past dit zomaar zo’n 20.000 middeldure huurwoningen in de stad oplevert, die voor een fors deel ook nog eens bewoond worden door huishoudens met een middeninkomen. Kijk, daar kan je niet tegenop bouwen.
Het coalitieakkoord rept van een pilot, maar ik mag hopen dat we gas kunnen geven en het snel praktijk kan worden. Daarmee zet Amsterdam écht een innovatief, rechtvaardig en daarmee uiterst sociaal voorbeeld neer. Knetterlinks én verstandig.

Naast dit goede nieuws zijn er ook hoofdpijnpunten in het coalitieakkoord. Zo rept het akkoord van “het alleen nog bij hoge uitzondering toestaan van verkoop”. Daarmee maakt het nieuwe college echt een denkfout. Voor dit moment wil ik ervan uitgaan dat we in goed onderling overleg erop uitkomen dat de categorie uitzonderingen groot is. Bijvoorbeeld voor menging in buurten met een erg hoog percentage sociale huurwoningen. En voor woningen die niet goed bij de sociale voorraad passen omdat ze te duur zijn. En voor complexe en daarmee dure VVE-situaties. Wij gebruiken deze inkomsten voor huurkorting bij andere huurders of om nieuwe sociale huurwoningen te bouwen voor wachtende woningzoekenden.

Ook ga ik ervan uit dat het college inziet dat de “cash” inkomsten uit verkoop voor ons van vitaal belang zijn om alle investeringen te kunnen doen die nodig zijn om de ambities in het coalitieakkoord waar te kunnen maken. Want ja, we hebben een behoorlijk vermogen, maar dat zit in ons woningbezit. En wat in stenen zit kan je niet uitgeven, dat weet elke huiseigenaar.

Kortom: het worden interessante tijden. Laten we hopen op een knetterend succes.

Karin Laglas

voorzitter directieraad Ymere


Newsalert

Meld u aan voor de newsalert en ontvang bij nieuwe artikelen een melding in uw mailbox.


Deel deze pagina

Plaats op Facebook Deel op LinkedIn Deel op Google+ Deel op WhatsApp